Vorige maand werd door de Europese Commissie het European Organic Action Plan 2021 – 2027 gepresenteerd. Het gaat om een uitwerking van de 'Farm to Fork-strategie’ die vorig jaar werd voorgesteld door Frans Timmermans, de Nederlandse vice-voorzitter van de Commissie. De Europese Commissie ziet een belangrijke rol voor de biologische landbouw weggelegd als het gaat om thema’s als klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, uitputting van de bodem, watervervuiling en de gezondheidscrisis. Er is dan ook een helder doel gesteld: 25% van het hele Europese landbouwareaal moet in 2030 biologisch zijn! Nu is nog maar 8,5 % van het landbouwareaal in Europa biologisch en in Nederland lopen we met 3,7% bepaald niet voorop. De hoogste tijd voor actie dus! Er ligt een schone taak voor het nieuw te vormen kabinet om na deze Europese voorzet ook met een concreet nationaal actieplan te komen met heldere doelen en bijbehorende middelen.

Het European Organic Action Plan moet een evenwichtige groei van de biologische sector garanderen. Het omvat drieëntwintig acties die opgebouwd zijn rond drie onderling verbonden assen.

As 1: De consumptie van biologische producten stimuleren.
De Commissie wil onder meer het aanbod van biologisch voedsel in kantines van overheidsgebouwen en scholen vergroten. Ook staat het voorkomen van voedselfraude en hiermee het versterken van het consumentenvertrouwen hoog op de agenda, evenals de verbetering van de traceerbaarheid.

As 2: De productie van biologische producten opvoeren.
Belangrijk is om alle schakels van de keten verder te ontwikkelen. Boeren die willen omschakelen kunnen rekenen op meer financiële ondersteuning. Ook zal er ingezet worden op korte ketens en het versterken van de plaatselijke verwerking (van kleine hoeveelheden).

As 3: De biologische sector verder verduurzamen.
De Commissie benadrukt het belang van biologische landbouw voor de biodiversiteit. Biologisch geteelde grond heeft ongeveer 30% meer biodiversiteit dan conventioneel geteelde grond. Het is echter van belang om te blijven zoeken naar manieren om de milieueffecten van de biologische landbouw te verminderen, o.a. door de klimaat- en milieuvoetafdruk te verkleinen, de genetische biodiversiteit verder te vergroten en de opbrengsten te verhogen, alternatieven voor omstreden productiemiddelen en andere gewasbeschermingsmiddelen te ontwikkelen en het dierenwelzijn nog verder te verbeteren.